De dag begon heel feestelijk voor Kikker en Eenhoorn. Ze hadden fanmail gekregen! De eerste keer een echte brief maakte hun dag al meteen goed. Om dat te vieren wilden ze mee toen ik worstenbroodjes wilde halen in de stad.
We bedachten een manier om Eenhoorn toch naar buiten te kunnen laten kijken, zonder bang te zijn om te vallen.
Op het centraal station aangekomen zijn we eerst even naar de Bruna gegaan. Sinds kort woont Dolfje Geldwolfje in het Beestenbosch. Maar in plaats van met de financiën te helpen, had hij gevraagd om een schaap voor hem te halen die bij de Bruna te koop was. Dat hebben we gedaan. Die bewoner, Wolly genaamd, stelt zich voor op de pagina “Over ons”
Kikker kende de Bruna goed. Hij heeft er nog gewoond voordat hij ooit naar het Beestenbosch kwam, maar voor Eenhoorn was alles nieuw wat ze zag. Wat veel knuffels en ook veel boekjes en kaarten met dieren erop!
We wilden nog worstenbroodjes halen, dus Kikker zwaaide nog een keer naar alle knuffels waar hij ooit tussen heeft gelegen en beloofde gauw weer terug te komen. Met een vers lammetje in de tas voor Dolfje gingen we de stad in.
Helaas kwam de blauwe bus deze keer niet snel en vanwege de kou besloten we te gaan lopen in de hoop halverwege op te stappen. Een stukje verder schrok Kikker zich kapot.
“Is dit de rij al voor de worstenbroodjes?” Ik legde hem uit dat deze rij voor de Bossche bollen was. Maar de schrik zat er goed in. “Wat als het bij de worstenbroodjes ook zo druk is? En hoe lang is het nog naar de worstenbroodjes? Wanneer komt die blauwe bus nou?” Ik kon hem niet meer geruststellen.
“Laten we iets gaan drinken hier verderop.” Daar hadden ze wel oren naar. We namen een fruitbiertje op het verwarmde terras van Bar-le-duc. Een plek waar ze nog nooit geweest waren. “Die Uilenburg is wel mooi zeg. Zullen we meneer de Uil hier een keer mee naartoe nemen?” “Dat is een goed idee Kikker, maar laten we dat doen als het wat minder mistig is.”
Op de weg terug naar het station begrepen ze pas wat ik daarmee bedoelde, want de brug zelf konden ze nog zien.
We hadden nog wat tijd over voor de bus ging, zodat Eenhoorn graag nog even bij de kleine draakjes wilde kijken. Overmoedig door het fruitbier was ze helemaal niet bang en durfde er heel dichtbij te komen.

















