De maandag begon met een routinebezoekje aan de huisarts. Het was alweer 2 maanden geleden dat we de B12 injectie hadden gehad. Kikker en Eenhoorn gingen weer mee. Tijdens het wachten lazen ze een boekje. Voor Kikker stonden daar veel te veel letters in, dus las Eenhoorn hem voor.
Voordat we aan de beurt waren, moesten we eerst aan de balie zijn. Kikker en Eenhoorn wachtten er geduldig tot het luikje open ging.
In de straat naar huis hadden mensen een bord in de tuin gezet omdat er een kindje was geboren. Kikker en Eenhoorn bleven staan om de beestjes te bekijken. “Hier woont er geen enkele van in Beestenbosch” zei Kikker.
Later op de dag was het tijd om weer naar het ziekenhuis te gaan voor (hopelijk) het slotgesprek bij de afdeling orthopedie. Als dat gesprek goed zou gaan, hoeven we voorlopig niet meer terug naar het ziekenhuis en hebben we alleen nog fysiotherapie nodig.
We waren veel te vroeg en besloten even op een bankje te zitten. “Hier staat Wens-am-bu-lan-ce” las Kikker hardop “Wij wensen ook een ambulance! We hebben er namelijk nog nooit ingezeten. Jij wel!” zei hij tegen me.
In de restauratie gaven we ze een puzzel om even bezig te houden. Ze legden de hele tijd alleen maar dat ene stukje rechtsonder.
Voor mezelf kocht ik ook een kadootje. Sokken met kikkers erop. Daar wilde Kikker meteen mee op de foto. “Kijk Eenhoorn, nieuwe dekbedovertrekken voor onze slaapkamer!”
Het klopte helemaal wat hij zei. Toen ik precies 3 maanden geleden uit het ziekenhuis thuiskwam na de operatie, heeft mijn schoonzusje Kikker letterlijk met die woorden voor me meegenomen. “Hier, een opkikkertje” zei ze erbij. Die rol heeft hij, samen met Eenhoorn, al die 3 maanden met verve vervuld.
Aangekomen op de poli, met een kwartier over, zochten we nog een plekje voor een foto. “Daar, op dat beeld!” riep Eenhoorn en ze renden er op af. En toen ging het toch weer mis….
In de behandelkamer kregen we een goede uitslag: vanaf nu hoef ik alleen terug naar orthopedie als ik pijn heb. De rest van de revalidatie kan samen met de fysiotherapie. Toen de dokter even weg was hebben Kikker en Eenhoorn op de computer nog even gezocht op “Osteoporose bij Eenhoorns”, maar daarover konden ze niets vinden.
Op de gang naast de behandelkamer heeft Kikker ook nog contact gezocht met de kikker in de implantaten-kast. “Weet jij of er hier ook hulpstukken liggen om een Eenhoorntje te repareren?” vroeg hij, maar de kikker daar kon zich niet herinneren daar ooit iets van gezien te hebben. “Kom zelf maar kijken, de kast is open.”
Kikker heeft zijn best gedaan en alles afgezocht, maar kon niets vinden wat zou passen voor Eenhoorn.
Ze moest even gaan liggen en we legden haar op de nieuwe ambulance. “Kom, laten we snel maar naar het Beestenbosch gaan.” zei Kikker. “Thuis genees je meestal toch het snelste.”
“We moeten lijm kopen, wie gaat er met me mee?” Appie bood zich aan. “Bij de AH hebben ze lijm!” wist hij. Daar aangekomen, kon Kikker niet kiezen welke ze moesten kopen. “Dan nemen we ze toch allemaal!” zei Appie. “Hamsteren!!!”
En zo eindigt ondanks het ongeluk van Eenhoorn, ook dit avontuur toch positief. Juffrouw Biggy heeft nu ook een vriendin en hoeft niet meer zo vaak mee naar de kinderboerderij. Ze is wel een beetje jaloers op de ketting van haar, die ze niet af wil doen. “Dit zijn echte parels!” zei Curly (zo heet ze vanwege haar krulstaart) trots. Parels en zwijnen, dat klinkt als een prima combinatie…
De nacht is Eenhoorn goed doorgekomen. Haar hoorntje zit alweer vast. Gips was deze keer niet nodig. Net als ik beseft ze nu nog beter dat ze voorzichtig moet zijn met rennen en klimmen. Voor je het weet heeft ze weer iets gebroken. Maar gelukkig heeft het Beestenbosch nu een ambulance, met daarin een tubetje lijm voor als het weer eens misgaat. Dino mag er ook mee spelen, want hij houdt van blauwe zwaailichten (Zelf is hij tenslotte ook een blauw zwaailicht.)



























