We moesten vandaag voor de halfjaarlijkse controle naar onze tandarts. Dus stonden we al vroeg onze tandjes te poetsen. Kikker hielp Eenhoorn, omdat zij zelf met de borstel niet zo goed in de hoekjes kan komen.
Lang konden we er niet op wachten, want we moesten al om 8 uur de deur uit, omdat ik met mijn tempo er bijna 3 kwartier over doe. Voor hen een nieuwe ervaring om met donker weg te gaan. Eenhoorn deed haar lampje aan en we gingen, maar een straatje verder stond ze stil.
Een stukje verder stond ze weer stil. “Kijk toch eens al die lampjes.” zei ze met een lief stemmetje. “Zullen we ze tellen?” Toen begreep ik waar ze mee bezig was. “Jij zit te talmen, hè? Daar trappen we niet in!” en we liepen wat sneller verder dan daarvoor. In de verte zagen we het lichtje van de tandarts al. Kikker werd nu toch wel een beetje bang.
Ik verzekerde hen dat dat nergens voor nodig was, omdat hun tandjes veel beter gepoetst waren dan deze brug waar ze op zaten.
Maar eenmaal binnen vonden ze alles interessant. Die stoel zag er wel heel cool uit. De tandarts kwam ons roepen en vertelde dat Kikker en Eenhoorn gerust mee de behandelkamer in mochten komen.
En zo hebben ze meegekeken hoe het gebit van het vrouwtje gecheckt werd. Gelukkig had zij geen gaatjes.
Binnen een half uurtje stonden we allemaal weer op de gang. “Mogen we nu een snoepje uitzoeken?” vroegen ze verwachtingsvol. “Nee, daar doet de tandarts niet aan.” Maar ook al kregen ze geen snoepje, toch vonden ze dat wij een hele lieve tandarts hadden. Iets wat wij alleen maar kunnen beamen. Achter ons hoorden we ineens geritsel.
Het was Bunny de Haas. Angsthaas, moet ik zeggen, want ze liet zich nu pas weer zien “Wat hoor ik. Mogen we een snoepje uitzoeken? Mag ik een dropje?” De nieuwsgierigheid wint het bij haar altijd nog van de angst. En ze heeft dan wel grote oren, toch luistert ze er slecht mee.
Omdat we dichter bij de binnenstad zaten dan thuis, liepen we die kant op. Ze zagen schilderijen hangen in een steegje dat de naam “Achter het Schaapshoofd” had. Dat vonden ze wel een rare naam voor een straat.
Een eindje verder sloegen we rechtsaf de Louwschepoort in. Op het bruggetje stonden ze stil en keken over de Binnendieze naar de brug aan de overkant.
Iets verder zag Kikker een hek wat hem bekend voorkwam. “Daarachter is de muurschildering waar we met de rolstoel geweest zijn!” riep hij vol enthousiasme. “Kom, we rennen erheen!” Rennen hebben we niet gedaan, maar we zijn er wel geweest en nog veel verder die dag. En daar hebben we foto’s van gemaakt. Maar die zie je in het volgende avontuur.





















