Kikker en Eenhoorn hadden zaterdag braaf in de jaszak gewacht, terwijl ik zelf voor het eerst weer eens had gewerkt in de Willem Twee. Toen ze er op het laatst nog even uitmochten, klommen ze meteen in de pilaar en keken hun ogen uit naar wat allemaal was opgehangen. “Jij zou ons toch ook nog meenemen naar het Design Museum?” vroeg Kikker me.
Onderweg naar buiten stond de tekst “Wat neem je mee naar huis?” Er lag een ingevuld kaartje wat ze lazen. De tekst ‘Dieren -> niet oorlog’ sprak hen wel heel erg aan. De rest van de woorden begrepen ze niet zo goed.
Onderweg tussen bus en museum, zagen Kikker en Eenhoorn kunst van Menno Heijstek op een houten paneel. “Die koppen ken ik nog van de containers!” riep Kikker “Ja, maar dit werk mag wel eens een keer gerestaureerd worden!” mopperde Eenhoorn.
We liepen een rondje rond de kerk. Dat was hier niet zo moeilijk want de kerk is namelijk rond. “Wow, deze kerk is ook mooi.” fluisterde Eenhoorn. “Hier zouden we ook kunnen trouwen.”
We liepen door naar het museum. Kikker en Eenhoorn stopten achter de kerk nog even om vanaf het bruggetje naar de Dieze te kijken.
We kwamen aan bij het Design Museum. Biggy had er zin in. Maar in plaats van naar de zaal te gaan, wilde ze eerst naar de zandbak in de hal waar Kikker, Tiny en Rupsje bij hun avontuur ook in gespeeld hadden. Het blijft toch een varkentje.
Kikker en Eenhoorn liepen alvast naar boven. “Op deze trap zouden we ook ’n mooie groepsfoto kunnen maken.” zei Eenhoorn. “Hier past iedereen beter op dan op trap bij ’t stadhuis.”
Deze expositie bevatte voor Kikker veel teveel tekst, hij keek liever samen met Eenhoorn naar de TV’s. Ook Biggy heeft er niet veel van gezien.
We lieten haar er maar even achter en gingen zelf met de trap naar de 2e verdieping waar de expositie ‘Supreme- Resampling the world’ te zien was.
Totdat ze bij een kast kwamen waar allemaal spullen stonden waar je een sticker op mocht plakken. “Ik heb een plan!” zei Kikker ineens.
Hij zocht 2 stickers uit de kast en plakte er 1 op zichzelf en een andere op Eenhoorn die hij het beste vond passen.
Intussen was juffrouw Biggy ook boven gekomen en met zijn drieën bekeken ze de rest van de tentoonstelling. Biggy was echter weer snel uitgekeken en wilde verder.
“Hiernaast zijn sieraden van Hans Appenzeller!” knorde ze. “Misschien maakt hij ook parelkettingen.” Gezamelijk bekeken ze de film maar zagen niets over parels.
Maar parels of niet, Biggy genoot van de sieraden. “Jammer dat ik geen spaarvarken ben” mijmerde ze. “Ik zou hiervan alles wel willen kopen!”
We liepen door het straatje Achter het wild varken. Voor Biggy natuurlijk dé reden om er ook een foto te willen maken ‘Naast het prachtige varken!’ (vond ze zelf)

































