In het avontuur van vorige week, had Kikker al bedacht dat het leuk zou zijn om Wittie mee naar de Uilenburg te nemen. Wittie is de uil van het Beestenbosch. Zijn naam is afgeleid van “Wè Wittie Toch Veul”. Maar dit uiltje weet niet zoveel, die wil vooral overdag alleen maar slapen. Toen de bus wat langer wegbleef, dacht hij meteen “Even een uiltje knappen!” Maar Kikker ging naast hem zitten en hield hem wakker tot de bus kwam.
Nee, hij is niet de snuggerste. In de bus riep hij meteen “Ik zie niks! Dat komt omdat ik een nachtdier ben!” Maar hij was gewoon te klein om naar buiten te kijken. Voor de zekerheid hebben we hem maar op een invaliedestoel gezet. Daar kreeg hij al meteen kleine oogjes.
Aangekomen in de stad zagen Kikker en Eenhoorn iets nieuws. “Wat een groot zebrapad!” riep Kikker. “Zullen we gaan rennen wie het eerst aan de overkant is?”
Dat vond ik geen goed idee, ik zou ze nooit bij hebben kunnen houden, want loop nog steeds met een kruk. Om op de tegels te blijven moest ik grote stappen nemen.
Een stukje verder op de Stationsweg kwamen we bij het beeld van twee bokspringende kinderen. Nou dan weet je het wel. Dan willen Kikker en Eenhoorn weer klimmen.
Wittie was wakker geworden van hun geschreeuw. “Zeg, gaan we nog naar de Uilenburg?” vroeg hij ongeduldig. “Daarom haddden jullie mij toch meegenomen?” Hij had wel gelijk. Ze waren weer teveel aan het treuzelen.
Moe van de laatste sprint wilden ze nog even rusten op het bankje. “Hier is plaats voor iedereen staat er, zullen we zitten?” Vroeg Kikker. “Maar ik zie geen Kikkers en Eenhoorns” zei Eenhoorn “En Wittie is al zo ongeduldig.”
Op de brug bleven ze even staan om over het water te kijken. “Vorige week konden we door de mist niets zien, weet je nog? Maar nu zien we al veel meer van de Dommel”. Bij het horen van het woordje Dommel, kreeg Wittie meteen weer slaap. “Even nog een uiltje knappen.” sprak hij en ging er even bij liggen.
Met een beetje tegenzin liep hij mee door, totdat ze om de hoek kwamen van de Sint Jansstraat. “Jaah, de Uilenburg! We zijn er. Selfie!!” riep hij en draaide zich om. Alle slaap was ineens verdwenen uit de ogen van Wittie.
Deze keer was ons eindpunt café de Uilenburg. Ja als ze zo’n jongen meeneemt dan wil je het ook in stijl afsluiten en dat werd gewaardeerd. “Selfie!” klonk het weer.
Hij is alleen nog even wakker geworden omdat we naar de WC moesten en zelfs daar klonkt het weer. “Selfie!”. Op de terugweg naar het station gingen we nog heel even langs de Primera om ons winnende kraslot te verzilveren.
Daar aangekomen keken Kikker en Eenhoorn hun ogen uit. “Wat veel boekjes! Hier wil ik wel blijven!” riep Eenhoorn verrukt. Ik zei hen dat we hier zeker vaker naar teruggaan. Bij Guido en Maaike is het altijd gezellig.
Toen we weer terug over de brug liepen, viel het Eenhoorn op dat het lampje kapot was. Ze probeerde zelf nog wat bij te lichten, maar haar eigen lampje was niet krachtig genoeg bij daglicht.
In de bus zochten ze een plekje bij het raam, zodat ze alledrie naar buiten konden kijken. Ze zagen dat het nog een paar minuten duurde voordat de bus zou vertrekken.
We hebben hem het hele stuk naar huis maar laten slapen. Wellicht dat hij de volgende keer een keertje in de avond mee gaat. Dan kan hij beter zien en hopelijk ook beter wakker blijven.

























