Kikker en Eenhoorn nemen graag andere dieren mee uit het Beestenbosch op avontuur. Deze keer mocht Appie Hamster mee. Appie was de vorige keer zo geschrokken van zijn bezoek aan de supermarkt (“Eten ze hier hamsters?”), dat Kikker hem dat uitje wel gunde. Maar omdat Appie het vertrouwen in de mensen kwijt was geraakt, durfde hij niet meer alleen. Daarom mocht hij een vriendje meenemen en dat werd zijn cavia-maatje Wilfred Guinee.
Zo zaten die twee samen naast elkaar op de bus te wachten, terwijl Kikker en Eenhoorn in de jaszak bleven.
We stapten uit op de Hertog Hendriksingel, waar we het vorige avontuur met de buren ingestapt waren. “Nu nemen wij het avontuur weer over, hoor!” zeiden Kikker en Eenhoorn. “Wij zijn hier ook nog nooit geweest.” Meteen renden Kikker en Eenhoorn naar een standbeeld wat ze al vanuit de bus had gezien.
“Kom Kikker, laten we riddertje en paardje spelen. Ik ben het paard!” Kikker speelde het spel eventjes mee.
Hij wilde namelijk vandaag op zoek naar de Sint-Jan om te bekijken of alle dieren van het Beestenbosch er wel in zou kunnen als ze straks gaan trouwen. Kikker had uitgezocht dat ze dan over de loopbrug moesten bij de parkeergarage.
Maar bij het begin van de loopbrug was Eenhoorn meteen weer afgeleid. Deze keer door het beeld van Tom l’Istelle wat daar stond. “Mijn profiel is mooier nietwaar?” zei ze. “Kikker gaf haar gelijk en kwam erbij staan.”
Toen ze de brug over waren en binnen de stadsmuur waren aangekomen, vertelde Kikker waarom hij zo’n haast had. “Ik wil samen met jou de Sint-Jan zoeken, om te kijken of hij groot genoeg is voor onze bruiloft.”
Eenhoorn wilde in de Casinotuin met Tweehoorn op de foto, die ze nog kende van de muurschildering in de Jeroen Boschtuin. “Mijn profiel is mooier nietwaar?” vroeg ze weer aan Kikker.
Een stukje verder in de Cavaleriestraat, nam hij uitgebreid de tijd voor een selfie met misschien wel de beroemdste kikker van Den Bosch.
Kikker zag het toen ook. Ze hadden de Sint-Jan gevonden! Meteen klommen ze op het beeld voor het theater en werden allebei dol van blijdschap. “Daar staat hij en wat is hij groot!”
Maar ze verloor daardoor haar evenwicht en was ineens weer op de grond terechtgekomen. Kikker klom gauw ook omlaag en wat hij daar zag deed hem verstijven van de schrik.
“We zullen hem vinden!” zei Kikker. “We gaan hier niet weg voor we het gevonden hebben.” En zo zochten ze een kwartier lang naar het hoorntje. Uiteindelijk vonden ze het tussen de stenen, meters van het beeld vandaan.
We namen even toevlucht in de Palm, waar Kikker probeerde of het hoorntje nog paste. “Dat krijgen we wel gefixed hoor!” zei hij
“En ook zonder hoorntje vind ik je knap en wil ik nog steeds met je trouwen!” probeerde hij haar op te beuren. “Maar ik wíl geen ‘Geen-hoorntje’ zijn!” huilde ze. “Iedereen heeft nu een mooier profiel dan ik!” Eenhoorn was ontroostbaar. Niets wat Kikker zei of deed kon haar op dit moment vrolijk maken.
Zelfs niet toen Kikker voor haar nog op de bar heeft staan dansen. “Doe geen moeite Kikker, laten we naar het station gaan. Ik heb ’n beetje hoofdpijn en wil naar huis.”
“Maar hoe is het intussen met Wilfred en Appie gegaan?” zul je denken. Nou die hadden het ook niet getroffen vandaag. Want in de binnenstad passeerden we restaurant Nom Nom. Een leuke naam maar voor de twee vrienden een shock.
Thuis aangekomen, zijn we meteen voor Eenhoorn aan de slag gegaan. Kikker had al lijm gevonden, maar gezien zijn plak-kwaliteiten met de Jumbo plaatjes, heb ik hem maar aangeboden het hoorntje weer vast te lijmen.
Hat zal vast wel goed met haar komen. Ze heeft aan mij gezien dat het weliswaar tijd kost om van een breuk te genezen, maar ook dat het stapje voor stapje beter zal gaan. En eenhoorns helen snel. Het gips mag er vandaag al af.






























