Het was voor het eerst dat Eenhoorn weer buiten kwam na haar dramatisch verlopen avontuur afgelopen zaterdag. Nog steeds bang om te vallen kozen we deze keer voor een wandeling vanaf de Hertog Hendriksingel over de Judaspoort. Die had aan beide zijden hoge muren. Fijn voor Kikker en Eenhoorn, omdat ze niet bang hoefden te zijn voor de wind.
Eenhoorn was al meteen blij dat we gegaan waren. Er stonden namelijk verhaaltjes op de brug en Eenhoorn houdt van lezen.
Met veel interesse bekeken ze alle teksten. “Kijk hier woont ook een vleermuis!” zei Eenhoorn. “Bij ons in het Beestenbosch woont er ook een.
We liepen door en kwamen bij het tweede gedeelte van de brug. “O jee,” zei Kikker “Nog veel meer teksten, dat trek ik niet hoor. Ga jij maar lezen Eenhoorn, ik ren vast een stukje vooruit!” Eenhoorn liet zich er niet door opjagen en begon aan het tweede gedicht.
En terwijl Eenhoorn rustig doorlas, probeerde Kikker van alles om haar aandacht weer te vangen, maar zij liet zich niet afleiden. “Het rijmschema is gelijk aan onze eigen gedichtjes. Zie je dat ook Kikker? Kikker? O, daar ben je!” Ze bereikten samen het einde van de brug.
Ondanks de stevige wind, durfden ze toch samen even op de rand van de muur te staan om te bekijken waar ze afgelopen week nog liepen. “Toen waren we nog niet zo bang om te vallen.” zei Eenhoorn. Kikker beaamde dat en moest er ook niet aan denken door de wind in het water te worden gewaaid. “Kom laten we aan de overkant naar binnen gaan.”
Kikker had gezien dat er de Militaire Rijbaan was en liep hoopvol naar binnen. De entree was ook prachtig.
Met veel plezier bekeken ze alle details van het kunstwerk van Lobke van Aar
Maar om de hoek schrok Kikker zich kapot. “O help! Wat een enorme boel boeken. Waar zijn we in vredesnaam tercht gekomen?”
Tja, de interesse voor lezen is helaas iets wat ze nog niet samen kunnen delen. Kikker rende verder en zag achteraan een plek waar hij het wel even kon volhouden terwijl Eenhoorn zich kon uitleven aan alle literatuur. “Roep me maar als je klaar bent!” en hij rende naar de muur achterin het gebouw.
Want daar had hij de andere Kikkers gezien en we weten inmiddels: Als Kikker andere kikkers ziet, moet hij ermee op de foto.
Haar interesse ging uit naar de vitrinekast, waar ze vele beroemde karakters bij elkaar zag woonden. “Als wij ooit een huis kopen, hoop ik dat het er zo uit gaat zien! Vol met boeken.” Kijk Kikker, ik zie daar Dolfje Weerwolfje en Rupsje Nooitgenoeg!” Kikker kwam naast haar staan. “We nemen voor jou hier een abonnement” sprak hij.
“Ik verzin voor mezelf wel een andere hobby. Ik heb toch geen geduld om al die letters te lezen.” “Maar ik kan je toch voorlezen.” opperde Eenhoorn. “Net als die papa daar.” Daar had Kikker wel oren naar. “Dat is een goed idee, want naar jouw stem luisteren wil ik altijd wel!”
We verlieten de bibliotheek en liepen door het Nachtegaalslaantje naar de Clarastraat. Kikker en Eenhoorn keken even om en zagen op het oude ziekenhuis St. Joan de Deo een muurschildering die hun vaag aan de Tuin der lusten deed denken, maar dan anders.
Hij weet inmiddels vanaf steeds meer plekken de kortste weg naar de Palm, maar ontkwam er niet aan samen met Eenhoorn eerst toch nog een gedichtje te moeten lezen.
In de Palm aangekomen lazen Kikker en Eenhoorn de krant. Maar wat daarin stond was allemaal zo somber, dat zelfs Eenhoorn geen zin meer had om te lezen. Een artikel kreeg van hun beide veel aandacht. “Wij weten wel waar een van de wolven gebleven is.” fluisterde Eenhoorn. “Ja die is naar Beestenbosch gevlucht. Bij ons woont nu ook een Dolfje.”
We bleven niet lang bij de Palm. Het begon al te regenen en de energie was er bij ons alledrie een beetje uit. Onderweg naar de bus raakten we toch nog even afgeleid. Wat een leuke halte! Daar wordt je nooit nat.
In de bushalte keken we nog even naar de dia’s die daar werden vertoond. Sommigen vonden we heel hoopvol. We kregen er zin in de lente van.
“Thuis gaan we die eerst vervangen.” zei Kikker. En dat hebben we gedaan. En met succes. Vanmorgen, na het wakker worden scheen het lampje van Eenhoorn weer op volle kracht en hebben ze beide alweer zin in nieuwe avonturen. Hopelijk kan ik ze straks bijhouden, want ik voel de wandeling van gisteren nog in de beentjes.






























