Het was een rustige zondagmorgen in Beestenbosch. De beestjes hadden een gastdocente uitgenodigt voor een yoga-les. Zij was vooral gespecialiseerd in de downward-facing-duck oefening en alle dieren deden enthousiast mee. Alleen Eenhoorn liet deze houding aan zich voorbij gaan, want zij had nog hoofdpijn van haar avontuur van gisteren. Na afloop van de les besloten Kikker, buurman Tiny Tempo en hun vriend Rupsje Rakus om een keer samen de stad in te gaan.
We stapten uit op de Spinhuiswal en wilden oversteken naar het Oranjebastion. Eerst wachtten de drie groene mannetjes nog keurig op het vierde groene mannetje.
Net als de gans die daar in het midden van het gras stond. “Met zijn drieën temmen we dat mormel wel.” zei Kikker en ze beklommen daarop het arme beest.
Ze liepen een stukje de Jorisstraat in, waar op de hoek 3 fietsenrekken stonden. Precies genoeg voor een selfie, ook al moesten ze zich door de wind goed vasthouden.
Echter, toen Kikker om het hoekje keek was hij even in de war. “Dit is het Designmuseum waarvan ik al heel veel foto’s op de computer heb gezien. Maar ik wil eigenlijk liever eerst alleen samen met Eenhoorn naar binnen in plaats van met die 2 mannen. Wat zal ik doen?”
Kikker ging twijfelend accoord en had er al meteen geen spijt meer van. “Joepie, er staat een zandbak in de hal. Komen jullie er ook bij?”
Ze passeerden de Wolvenhoek en zagen het beeldje van Janus Kiep. Ze móesten met de beroemdheid uit het verleden op de foto.
Daarna was het tijd voor een korte pauze op ’t bankje bij de bushalte. Het bankje had allemaal handjes in mozaiek ingelegd, waardoor ze geïnspireerd werden om even met zijn drieën “En nou die hèndjes de lucht in!” te zingen. Een liedje wat vooral voor rupsje 2x zo hard werken betekent, omdat hij er 4 heeft om de lucht in te steken.
Na het liedje zingen liepen ze verder. Ze staken de Vughterstraat over en passeerden enkele leuk winkeltjes. Voor de deur van Aaf kwamen ze een heeeeeeele lange teckel tegen.
Maar een klein stukje verder werd hun interesse geprikkeld door de vitrines aan de overkant van de straat. Ze renden erheen.
Van wat ze daar zagen kregen ze rode oortjes. Het winkeltje On top of love, verkocht allerlei pikante kleding en hulpmiddelen om het liefdesleven nog creatiever in te vullen. Met het schaamrood op de kaken draaide Rupsje zich om. “Hier mag ik van Petunia niet naar kijken!” zei hij berouwvol. “Laten we doorlopen!”
Om het hem niet te moeilijk te maken liepen ze verder. “Kom, even een selfie om te laten zien dat het een leuke mannendag is!” riep Kikker voor de Kings barbers.
En zo kwamen ze op het einde van de straat aan bij Bar Miep, waar ze nog eenmaal omdraaiden om te bekijken hoe ver ze deze keer wel gelopen hadden.
“Nog een selfie nu we nog helder uit onze ogen kijken!” opperde Tiny “Want we gaan bier bestellen. Veel bier, het is tenslotte mannendag.”
Het hele glas ging op, en er werd gezongen en gelald. Op het einde waren ze allemaal toetertje dronken van al het vocht wat ze tot zich hadden genomen. “En we gaan nog niet naar huis! Nog lange niet!” schalde het door de Uilenburg. Hoe moet dat toch aflopen als die straks een vrijgezellenfeest gaan organiseren…
Ik heb ze meegekregen om de schande niet nog groter te maken en in etappes (want wat erin gaat moet er ook weer uit) bereikten we uiteindelijk het station.
De twee anderen vonden dat een prima idee en hebben meteen besteld. Maar maat houden is niet hun sterkste eigenschap. Veel te snel ging de burger naar binnen.

































